600 square miles

.....

De berging. Een mogelijkheid is om de kisten open te breken en de inhoud met een mandje naar het schip te hijsen. Maar de kisten zagen er nogal stevig uit en de bergingsduikers verwachten dat openbreken wel een erg zwaar karwei zou worden. Als ze het gat in de wand iets hoger maken, kunnen de kisten met hulp van ballonnen uit de kluis gehaald worden en vervolgens via een kabel naar het schip gehesen. Al vroeg zijn ze met snijbranders in de weer om het gat wat groter te maken. Na een kwartiertje worden stevige riemen om de eerste kist gewikkeld, waaraan ze de ballonnen aan de riemen bevestigen. Met lucht uit een extra zuurstoffles vullen ze de ballonnen. Voorzichtig probeert een duiker of de kist makkelijker van de bodem vrijkomt. Zo kan hij met minder moeite de kist horizontaal verplaatsen en naar een plek brengen waar de kist zonder hindernissen omhoog kan. De kraanmachinist staat al klaar om op een teken van de duikers de kisten op te takelen.
De hele operatie duurt ongeveer drie uur. Nadat beide kisten eenmaal op het dek staan, dromt de bemanning samen, nieuwsgierig naar de inhoud. Het gewicht klopt wel ongeveer. Nu wil iedereen zich ervan overtuigen dat ook de inhoud klopt. Het een haakse slijper en een koevoet worden de roestige sloten geforceerd en eindelijk gaan de deksels open. Daar liggen ze dan, niet meer zo netjes gestapeld als vijfenzeventig jaar geleden, maar nog altijd compleet, de goudbaren die eigenlijk naar Antwerpen moesten, naar de Nationale Bank aan de Oude Graanmarkt.
Elke baar wordt uit de kisten gehaald, gewogen en op een inventarisatielijst beschreven, waarna ze opnieuw verpakt worden in vier speciaal verstevigde verzendkisten. Uit de tweede kist komt ook een natte envelop met daarin een brief. Tenminste, dat suggereert de drukinkt. De vellen papier worden nu voorzichtig uit de envelop gehaald en open gevouwen. Blanco! Jarenlang verblijf in het zeewater had de inkt opgelost. De archeoloog stopt de brief en de envelop in een met zeewater gevulde container voor nader onderzoek in het laboratorium op de thuisbasis van Odysseus Marine Exploiration. De kisten met goud en de container met brief gaan op transport naar Tampa. Daar zouden gespecialiseerde medewerkers proberen uit te zoeken wat er in die brief heeft gestaan en wie nu de rechtmatige eigenaar van het goud is. Die eigenaar opsporen kon wel een flinke klus worden. Maar de vrachtbrieven en mogelijk de tekst van de begeleidende brief kunnen eerste aanwijzingen geven.


2
In het laboratorium van Odysseus Marine Exploiration in Tampa, Florida wordt het goud in de kluis opgeborgen. De brief, die zo blanco leek, vertoont nog steeds bijna onleesbare sporen van letters van een typemachine. Als een watermerk kunnen ze met speciaal licht zichtbaar worden gemaakt. Met een aangepaste camera maakt de laborant een opname en verstuurt die naar de speurders op kantoor. De brief is in het Frans opgesteld en afkomstig van een notariskantoor uit Québec, Canada.
De brief is gericht aan een notariskantoor in Maastricht. En de inhoud verwijst naar eerdere correspondentie. Verder biedt de tekst weinig houvast. De medewerkers van Odysseus zijn zich niet zo zeker van de inhoud en dus besluiten ze de afzender, het notariskantoor in Québec op te sporen. Dat bestaat nog steeds, zo blijkt. Het is inmiddels omgevormd tot advocaten- en accountantskantoor en draagt nog oorspronkelijke naam, Notaire Québec. En zij zijn graag bereid hun archieven te doorzoeken naar de oorsprong van het goud en mogelijk kopieën van de bijbehorende correspondentie. Dat bleek eenvoudiger dan verwacht.
Twee dagen na dit eerste contact belt een medewerker van het Notaire Québec terug. Ze hadden documenten gevonden die betrekking hadden op dit goud. Kopieën van de brieven en een testament worden diezelfde dag nog via e-mail opgestuurd. Het betreft een erfenis, eigenlijk een deel van de erfenis, die naar de Nationale Bank in Antwerpen was gestuurd, met het verzoek om deze erfenis via een notariskantoor in Maastricht af te handelen. De brief vermeldt dat het ander deel van de erfenis noodgedwongen in Canada bleef, want dit betrof een landgoed waarvoor Notaire Québec als rentmeester is aangewezen. Een functie die het kantoor nog steeds vervult en het domein correct bestuurt.
De persoon voor wie dit alles bestemd was, dat was de destijds in Heerlen woonachtige Wilhelm Justus.
Verder verzoekt Notaire Québec om het goud tot nader order in Tampa te bewaren. Natuurlijk krijgt Odysseus Marine Exploiration haar deel, het vindersloon, 10% van de negentien à twintig miljoen Dollar, die de schat inmiddels waard is. De Canadezen staan erop dat zij de erfenis zouden afhandelen. Bovendien willen zij het goud in New York aan de beurs verkopen. Dat levert dan giraal geld op wat bij de verdeling gemakkelijker hanteerbaar is dan goudbaren. Dat was in 1939, 1940 wel anders, vandaar dat het geld destijds in goud werd omgezet en per schip werd verzonden. Zeker vanwege de toenmalige instabiele toestand en oorlogsdreiging. Maar nu is zo’n kist met goud eigenlijk alleen maar lastig en een blok aan je been.
De Canadese juristen komen er al snel achter dat het toenmalige Maastrichtse notariskantoor niet meer bestaat. Ze vinden een ander kantoor bereid om de erfenis af te handelen. Te beginnen met het opsporen van de erfgenamen van de in 1951 overleden Wilhelm Justus. Deze bleek zeven kinderen te hebben, maar ook die zijn inmiddels niet meer in leven. Van deze zeven kinderen waren er twee kinderloos gestorven, zodat er nog vijf overbleven, waarvan de kinderen voor de verdeling van de erfenis in aanmerking komen. Dat zijn er in totaal elf.
Het is inmiddels vijf weken na de berging. Aan de New York Stock Exchange brengt het goud ruim twintig miljoen US dollar op. Na aftrek van kosten en vindersloon voor Odysseus blijft er zeventien miljoen Dollar over.
Alle documenten zijn ondertussen aan notariskantoor Brett & Overs in Maastricht overgedragen. Daaruit komt ook een ongebruikelijke regel naar voren. De erflater bepaalde dat het domein Grand-Fonds in de provincie Québec ook in de verdere toekomst onverdeeld op nieuwe eigenaren moet overgaan. Dit, om eenheid van bestuur en continuïteit te waarborgen. In de praktijk betekent dit, dat het vrijgekomen geld onder tien erfgenamen verdeeld zou worden en dat één erfgenaam het domein kan overnemen. Mochten er meer dan één persoon interesse in het domein hebben, dan zouden die erfgenamen een trust moeten oprichten, die als rechtspersoon eigenaar van het domein wordt. Aangezien de neven en nichten zich over de aarde verspreid hadden is een bijeenkomst geen optie en de notaris besluit iedereen individueel per brief te benaderen.


3
“Er is een brief van een notaris voor je gekomen.” roept Sylvia, de vrouw van Willem Balter bij thuiskomst. Nadat hij zijn jas heeft opgehangen gaat Willem naar de plek in de woonkamer, waar Sylvia de binnengekomen post gewoonlijk neerlegt.
“Misschien wel een erfenis!” grapt zij vanuit de keuken. Willem, kleinkind van Wilhelm Justus, gaat op de bank zitten en opent met zijn zakmes de brief van notariskantoor Brett & Overs uit Maastricht. Sylvia is inmiddels naast hem komen zitten en samen lezen ze de inhoud van de brief.
De notarisbrief vermeldt het bestaan van de erfenis en dat Willem als nazaat van Wilhelm Justus recht heeft op een erfdeel, welke ongeveer 1 miljoen Euro bedraagt. Verder maakt de brief melding van een landgoed in de Canadese provincie Québec. Je mag kiezen, het geld of het landgoed. Als er meer dan één kandidaat voor het landgoed is, zal er een beheer bedrijf of stichting worden opgericht, die de nieuwe eigenaren vertegenwoordigt. Zo is het in de nalatenschap bepaald.
Willem kijkt Sylvia aan. In zijn hoofd spookt de vraag, wat houdt dat landgoed in? Sylvia is meer gecharmeerd van het geld: “Wat heb je nou aan een landgoed in Canada? Dat geld kunnen we goed gebruiken.” Met dat laatste is Willem het wel eens. Maar dat landgoed….. daar wil hij toch iets meer over weten. Hij kijkt op zijn horloge. Te laat om nog te bellen. Dan morgen maar. Daarna wil hij pas met Silvia overleggen en beslissen waarvoor hij kiest. Dat moet hij dan bekend maken via het bijgevoegde formulier, of de vragen via e-mail beantwoorden.
Dit zijn de drie vragen:
1. Aanvaardt u de erfenis?
2. Kiest u voor het geld, ten bedragen van 1,2 miljoen Euro, of voor het landgoed?
3. Wilt u ons uw Burgerservicenummer en uw bankrekeningnummer opgeven?
De volgende ochtend belt Willem Balter vanaf zijn kantoor naar notariskantoor Brett & Overs in Maastricht. De medewerker/kandidaat notaris die deze zaak onder zijn hoede heeft, geeft antwoord op Willems vraag: wat houdt dat landgoed in?
Het landgoed betreft een gebied van 965 vierkante kilometer, ofwel 600 vierkante mijl, westelijk van de stad Québec. Het strekt zich uit langs de oevers van de Golf van Saint Lawrence, vanaf de stad La Malbaie tot aan de route 170 bij Saint Siméon. In het gebied bestaan verschillende nederzettingen en de Route 138, ook wel Le Chemin du Roy genoemd, loopt er langs de kust dwars doorheen. Het accountants- en advocatenkantoor Notaire Québec in de stad Québec treedt als rentmeester op en beheert het gebied al vanaf de dood van oudoom Friedrich Justus in 1938.
Willem Balter bedankt voor de informatie en belooft zo snel mogelijk terug te koppelen. Hij kan zich daarna niet meer op zijn werk concentreren en besluit eerst maar eens koffie te halen. Een collega vóór hem ziet dat Willem er niet helemaal met zijn hoofd bij is: “Morge Willem, ook al toe aan een bakje houvast?”
“Mogge Kees, houvast? Nee, eerder wat helderheid.”
“Dan moet je een glas water pakken.” Maar de grap ontgaat Willem, zijn mok is vol en zonder verder een woord te zeggen loopt hij weg.

Terug op zijn kantoor sluit hij de deur en trekt het toetsenbord van zijn computer naar zich toe. Via Google Maps gaat hij op zoek naar het gebied dat de notaris zojuist beschreven had. Hij ziet een overwegend groen, dicht bebost gebied. Vanaf de Route 138 lopen smallere wegen de landschap in. Op de knooppunten liggen verschillende dorpen. Er liggen vooral tussen de Route 138 en de kust een aantal landerijen en vlakbij de monding van de Riviére Noir en de richting noord lopende Route 170, in de plaats Saint Siméon is er een camping. Lichte vlekken in het groen trekken zijn aandacht, waar hij op inzoomde. Dat blijken afgravingen te zijn. Kortom het is een groot gebied en hoewel dun bevolkt, is er toch redelijk wat activiteit. Dit kan dus zijn bezit worden.
Via foto’s van de Route 138 ziet hij hoe schitterend de natuur in Québec is. Dit landgoed is een parel. En waarschijnlijk meer waard dan dat erfdeel van 1,2 miljoen Euro. Willem besluit dat hij voor dit landgoed zou kiezen. Nu nog zijn vrouw Sylvia overtuigen.
Willem neemt de rest van de dag verlof. Voordat hij naar huis gaat drukt hij nog een aantal foto’s en een satellietfoto van het gebied af en neemt de belangrijkste informatie over dit landgoed en een beschrijving van het gebied over. Eenmaal thuis gaat hij met Sylvia aan tafel en vertelt wat hij over het landgoed aan de weet is gekomen. Hij weet dat het een gok is, maar de verwachting is dat het landgoed Grand-Fonds veel meer zou opbrengen dan het erfdeel in geld. Bijna duizend vierkante kilometer, waarvan zo’n tien procent in gebruik door bewoners om te wonen en te werken, dat moet jaarlijks echt wel meer opleveren dan 1 miljoen Euro. Na enig tegenstribbelen is ook Sylvia ervan overtuigd dat het landgoed misschien wel een betere keuze zou zijn. Niet alleen vanwege het geld, maar ook omdat het zo’n imposant bezit is en omdat zo’n bezit best wel avontuurlijke kanten kan hebben. Mooie natuur waar ze misschien wel fijne vakanties kunnen vieren. Willem fantaseert nog even met haar mee, in gedachten is hij al op de Route 138. Dwaalt hij door de dichte bossen op zoek naar de wolven en beren, iconen van de lokale wildlife. Na een wandeltocht langs de oevers van de Saint Lawrence ziet hij zichzelf bij een knapperend kampvuur in de avond op het strand terwijl op een steenworp afstand orka’s voorbijzwemmen.
Nog diezelfde middag stuurt Willem een e-mail naar Brett & Overs:
“Ja, ik aanvaard de erfenis. Ik kies voor het landgoed.”
Een week later gaat de telefoon in huize Balter. De medewerkster van Brett & Overs belt om een afspraak te maken over het afhandelen van de overdracht. Willem is de enige van alle erfgenamen die voor het landgoed heeft gekozen. Op het kantoor van Brett & Overs zouden ze nog enkele formaliteiten moeten afhandelen en ook zal er nadere informatie verstrekt worden. Ze spreken af, dat Willem de volgende dag naar het kantoor in Maastricht gaat.
Willem en Sylvia worden op het kantoor van Brett & Overs hartelijk verwelkomd. De notaris begint met een uitvoerige uitleg over de procedure en geeft nog enkele details over het landgoed en natuurlijk over de rentmeester, het accountants- en advocatenkantoor Notaire Québec. Ook geeft de notaris duidelijkheid over een belangrijk fiscaal aspect, namelijk dat Willem twaalf procent van de waarde van het domein aan successierechten verschuldigd is. Dit laatste is wel even schrikken. Want hoeveel geld is dat wel niet? De waarde van het landgoed was gebaseerd op een taxatie uit 1939 en bedraagt negenhonderdduizend Canadese Dollars, ongeveer 1,3 miljoen Euro. Maar, zo stelt de notaris gerust, het domein zal voldoende cash opleveren om die belastingschuld te betalen. Er is daarvoor nog zes maanden tijd. Daarvoor is het wel nodig om er op korte termijn naartoe te gaan en contact op te nemen met Notaire Québec. Willem krijgt de adresgegevens en de naam van de medewerker die op dat moment het domein leidt, namelijk de jonge jurist Patrick Lousanne.
De dagen die volgden staan in het teken van vliegticket boeken en visum regelen. Willem gaat in eerste instantie alleen naar Canada. Dat is goedkoper dan samen gaan en Sylvia vindt al dat geregel ook niet zo interessant. Zij denkt dat ze maar in de weg zou lopen en later zullen er nog gelegenheden genoeg zijn om met Canada, het domein en de mensen kennis te maken.
Het visum is binnen een paar dagen geregeld en geldt vanaf aankomst voor een verblijf van maximaal drie maanden, een toeristenvisum. Gezien zijn belangen in Canada is dat erg kort, maar voorlopig zit er niet meer in. Eerst moet de overdracht officieel bevestigd zijn en pas daarna zou Willem voor langer verblijf in aanmerking kunnen komen. Dat kunnen de advocaten van Notaire Québec te zijner tijd wel voor hem regelen.
Het spaargeld moet er aan te pas komen om een retour ticket vanaf luchthaven Düsseldorf naar YQB Québec te kopen. Een vlucht van zo’n twaalf uur. Voor Willem, die slechts gewend is aan vluchten naar Griekenland, Ibiza en Spanje, is dit een lange zit. Het vluchtnummer en verwachte aankomsttijd wordt per e-mail doorgegeven aan Patrick Lousanne, met het verzoek Willem af te halen en het verblijf in een hotel al vast te regelen.
Een week later brengt Sylvia Willem naar Düsseldorf Flughafen en het avontuur kan beginnen.

........